Chant des Anges
opus 142 (2008)

Audiovoorbeeld / Audio example
Het begingedeelte, door de componist gespeeld op het orgel van de grote kerk te Maassluis, maat 1-96;
The beginning, bar 1-96, played by the composer on the organ of the main church of Maassluis;

Audiovoorbeeld / Audio example
Het slot, zeer provisorisch gespeeld door de componist op het grote orgel van Maassluis, vanaf maat 146;

The End, played, very provisionally by the composer on the organ of the main church of Maassluis;

A
Het alternatieve slot, zeer provisorisch gespeeld door de componist op het grote orgel van Maassluis;

The alternative ending, played, very provisionally by the composer on the organ of the main church of Maassluis;

Audiovoorbeeld / Audio example
Zeer provisorische pianoversie (geheel)

Preliminary, provisionally  piano version

Audiovoorbeeld / Audio example
Zeer provisorische pianoversie

Preliminary, provisionally  piano version
Het alternatieve slot, zeer provisorisch gespeeld door de componist;
The alternative ending, played, very provisionally by the composer;

Chant des Anges
opus 142 (2008)

De bladmuziek is te verkrijgen bij de componist.
The music is obtainable with the composer.
 

Chant des Anges  / Song of the Angels
opus 142  (2008)  voor orgel /
for Organ
Toelichtingen /
Description

Dit orgelwerk heeft een Franse titel en een aantal Franse ondertitels gekregen, een verwijzing naar Messiaen, dit, omdat ik mij de laatste tijd, i.v.m. het componeren van werken voor orgel, onledig hield met orgelwerken van Messiaen, die aan zijn werken altijd religieuze titels en ondertitels geeft, in zijn moedertaal, het Frans natuurlijk.
    
This piece has a french title and frech subtitles, it points to Messiaen, because I studied the works of Messiean in order to be able to write a work for organ. Messiaen gives always religious titles and subtitles in french (and latin) to his pieces.

Zijn ondertitels zijn echter vaak letterlijke Bijbelse citaten terwijl ik wel naar religieuze onderwerpen verwijs, zonder echter de Bijbel te citeren.
    
His subtitles are often biblical citats, while my pieces points to religious subjects, without citing the bible...

Het orgel is natuurlijk een bij uitstek religieus instrument dat ervoor is geschapen om religieuze stemmingen uit te drukken.
   
The organ is an instrument that preferably is meant to express religious moods.

Ook in dit werk is dat zo bedoeld.
   
Also this work is meant like that.

‘Het lied van de Engelen’ begint met:
1/ ‘Le ciel et les Anges’, ‘de hemel en de engelen’.

'The song of the angels' begins with:
1/ 'Le ciel et les Anges', 'the heaven and the Angels'

Het begingedeelte bestaat alleen maar uit hooggelegen, ijle, etherische klanken, want de hemel is boven ons, en dat correspondeert in de muziek met hoge klanken.
  
The beginning consists only out of high pitched, etherical sounds, because the heaven is above us, which corresponds in music with high sounds....

De samenklanken zijn vooral compilaties van kwintklanken, verwijzend naar de sereniteit van Middeleeuwse muziek, omdat de kwint in tegenstelling tot de terts een meer geestelijk interval is, die vanuit de sfeer van het ‘denken’ komt, terwijl de terts correspondeert met de ziel en het voelen.
   
The harmonies are mostly compilations of quint-sounds, pointing to the serenity of medieval music, because the quint is a more spiritual interval, coming out of the atmosphere of 'thinking' / spirit, and the third corresponds with the 'soul' and 'feeling'...

Aldus heeft de kwint een meer ‘bovenmenselijk’ en meer ‘onpersoonlijk’, meer ‘objectief’, dus ‘hemels’ karakter. (de tertsenmuziek, die de wereld van de emoties verklankt, zoals na de Middeleeuwen, bv. in de romantische periode, correspondeert eerder met ‘het vagevuur’; dissonante muziek, zoals in het Expressionisme en het modernisme, correspondeert dan meer met het wilsgebied en ‘de hel’…)
   
So, the quint has a more superhuman and unpersonal, more objective and heavenly character...

Ik wilde in dit begindeel een serene, hemelse kwintensfeer uitdrukken, zoals we ons de hemelse sferen, de hogere sferen van de geestelijke wereld zouden kunnen voorstellen….
   
I wanted to express in this beginning part, a serene, heavenly quint sphere, as we can imagine us the heavenly spheres of the spiritual world....

Dat is ook de wereld waar de hogere engelenwezens leven, en hun ‘gezang’ wordt ook vaak ‘de harmonie der sferen’ ofwel de ‘musica mundana’ genoemd.
   
This is also the world where the higher spirits of the angels are living, and their 'singing' can also be called the 'harmony of spheres', or the 'musica mundana'... (think also of psalm 150)

Ook psalm 150 verwijst naar deze sfeer van de goddelijke muziek…

Vanaf bladzijde 3, zo maat 52, en nog duidelijker vanaf maat 63 begint de beweging te versnellen, vandaar dat ik dit gedeelte dan maar:
2/ ‘Jeux des Anges’, ‘het spel van de Engelen’ heb genoemd.
   
On page 3, bar 52, and more clearly from bar 63 , the movement begins to accelerate, that's why I did call this part:
2/ 'Jeux des Anges', 'the playing of Angels'...

Vanaf maat 86 intensiveert die beweging zich tot een voortdurende achtsten-beweging, wat dan uitmondt in het derde gedeelte, op maat 96, het:
3/ ‘Chant des Anges pour la Gloire de Dieu’,
‘Het lied van de Engelen voor de Glorie en de Grootsheid van God’.
   
From bar 86, the movement intensifies to a constant movement of 1/8-notes, which goes to the 3rd part at bar 96:
3/ ‘Chant des Anges pour la Gloire de Dieu’,
'The song of the Angels for the Glory and the greatness of God.'

Dit is een groots en majestueus gedeelte, eveneens met kwintklanken en snelle achtsten-beweging, maar nu wordt de dynamiek luid en komen de lagere basnoten aan bod, waarbij men zich een loflied op de grootheid en de glorie van GOD kan indenken, zoals dat traditioneel wordt voorgesteld in de kerk, als men psalmen en gezangen, lofliederen op God, Gloria’s, Hosanna’s, etc. aanheft.
Steeds grootser en grootser wordt de muziek….
   
This is a great and majestic part, also with quint-sounds and quick 8th-notes, but now, the dynamics are becoming louder and louder and also the lower bassnotes are arriving, on which one can imagine a hymn, a gloria for the greatness and glory of God, on the way one finds the psalms and gloria's in the traditional churchmusic.
the music becomes always more greater and greater...

Op maat 105 komt voor het eerst het pedaal in actie, eerst nog met een 8-voet, dus dezelfde klank als voorgeschreven, en als de muziek nog grootser, luider en majestueuzer wordt, -vanaf maat 112 ook met een 16 voets pedaal, zodat ook in de basmelodie de noten een octaaf lager in al hun kracht gaan meeklinken.

Een veel voorkomend motief is een stijgende reeks grote secundes, wat ook in het begin van het werk voorkomt (daar als secunde-gewijs stijgende parallelle kwinten).

De grote climax (het melodisch hoogtepunt)  wordt bereikt op maat 142, wat voorafgaat aan de slot-episode:
4/ ‘La Grandeur de Dieu’, ‘de Grootsheid van God’.
   
The great climax and the melodic highest point is reached at bar 142, after which the final part will come:
4/ 'La Grandeur de Dieu’, 'The greatness of God'...

De grootsheid van God openbaart zich nu zelf.
Zij werd eerst bezongen door de Engelen, die ‘in het aangezicht Gods’, in ‘het aangezicht van de Triniteit’ staan, de hoogste hiërarchieën: Tronen, Cherubijnen en Serafijnen, zoals ook Dante zich dat voorstelt in de hoogste sfeer van de Hemel, want ‘God’ zelf, de Triniteit, in de mysteriën ‘God Vader, God Zoon en God Heilige Geest’ genoemd, onttrekt zich aan de directe waarneming van de ingewijde… (de Ziener die de Goddelijke wereld vermag te aanschouwen…)

Alleen de hoogste Engelen vermogen dit allermachtigste wezen uit de goddelijke wereld direct in het aangezicht te aanschouwen.

In dit gedeelte openbaart het opperwezen zich echter a.h.w. zelf….

The greatness of God expresses itself now.

God zelf is natuurlijk het allergrootste mysterie, het ‘mysterium traemendum’ waar wij mensen en Engelen alleen maar met de allerdiepste eerbied en met ‘de Vreze Gods’ naar op kunnen zien.

Tegenover zo’n overweldigend machtig wezen moeten wij ons wel klein en nietig voelen, het moet een gevoel zijn wat ons bekruipt als we voor de machtige en grootse Dom van Keulen staan en naar haar grootse en angstwekkende torens opzien, of als wij opzien naar gletsjers en hoge bergen, of in de nacht opzien naar het overweldigende universum, het sterrenuitspansel….
    
In the face of God itself, an overpowering mighty creature, we must feel us small, it has resemblence of the feeling we get when we stand in front of the allmighty and frightening towers of the Dom of Cologne, or when we look at high mountains, gletchers, or look at night to the endlessness of the world of the stars...

Dan kunnen we enigszins ervaren hoe het moet zijn om het drievoudige wezen van de Triniteit in het aangezicht te kunnen aanschouwen…

Het Triniteitswezen is de oerkracht, de oerenergie waar uit het hele universum is ontstaan. Nicolaas de Jong beschrijft het zo, dat de werkzaamheid van de Serafijnen, de wezens van de allerhoogste hiërarchie, daarin is gelegen, dat zij deze oerkracht tegenhouden, omdat zij anders zó sterk zou zijn dat het hele universum zou exploderen, het is a.h.w. een kosmisch vuur dat men ook gewaarwordt als men de zon aanschouwt en de bliksem en de donder hoort.

Volgens Nicolaas de Jong leggen de Serafijnen a.h.w. een deken over dit goddelijke vuur om ons er zelf tegen te beschermen, maar het is a.h.w. ‘een deken met gaatjes’, zodat als men de sterren aanschouwt, men in deze lichtjes iets van de goddelijke oerenergie ziet doorsijpelen….

Maar het grootste Godsvuur wat men in de stoffelijke wereld kan waarnemen is natuurlijk de Zon!

Om zoiets overweldigends groots en machtigs als de Almacht van GOD in muziek te trachten uit te beelden, daar is het kerkorgel natuurlijk met zijn ‘Volles Werk’ bij uitstek geschikt voor!
   
The church organ with it's full power and 'volles Werk' is very suitable to express musicaly the almighty power of God in all its greatness and overpowering force...

Op maat 149 (blz. 10) komen we eigenlijk bij de passage waarbij we a.h.w. ten volle de oogverblindende grootsheid van GOD zelf kunnen voorstellen, in al zijn onverbiddelijke almacht, kracht en autoriteit, zijn genadeloze objectieve, meedogenloos goddelijke onverbiddelijkheid…
   
On bar 149, page 10, we arrive at the part where we can imagine at the fullest the blindening allmighty power of GOD itself, in his ruthless power, force and authority, his mercyless divine force...

-God de Vader stellen we ons vaak voor als een strenge Rechter, de Rechter bij ‘de dag des oordeels’, waar wij ons voor huiveren wanneer die dag zal aanbreken, zoals men zich dat voorstelt in het gedeelte de ‘Dies irae’ van een Requiem en in de talloze Laatste Oordelen zoals geschilderd door de Vlaamse Primitieven of gebeeldhouwd als reliëf bij de ingang van een kathedraal…
   
God our Father we can imagine as a judge, the judge of the 'day ot the judgement', like the 'Dies Irae' in the Requiem, and the last judgements painted by the flemish Primitives, or as a relif at the entrance of cathedrals....

Deze passage verwijst weer naar het begin, de kwintenmuziek van secunde-gewijs stijgende parallelle kwinten, nu vanuit de traditionele meedogenloos harde en strenge Dies Irae-toonsoort D dorisch, bij uitstek de kerktoonsoort…
  
This passage also pionts at the beginning, the quint-music, now the rising quint-chords in the ruthless Dies Irae tone-scale D doric, the ultimate church tone scale... 

De parallelle kwinten stijgen secunde-gewijs op naar boven en als zij de kwint van de toonladder bereiken, bereiken we dus het ultieme akkoord van de onverbiddelijke objectiviteit, namelijk: 2 kwinten, D-A en A-E.

Dat is dan ook het meedogenloze en genadeloze slotakkoord, een akkoord zonder gevoel (terts), zonder medelijden, keihard en onverbiddelijk, zoals God Vader op zijn Troon…
   
The last chords are ruthless , without feeling, without thirds, without mercy, harsh, like the Father God our Lord on his allmighty throne....

Voor organisten voor wie dit grimmige slot enigszins tè genadeloos is, heb ik een alternatief slot gemaakt dat in de hemels stralende toonsoort E groot eindigt, traditioneel de toonsoort die de opstanding van Christus kan verbeelden, Christus als hemels stralende Zonnegod van het Licht van de stralende en ook warme en welluidende toonsoort E groot met zijn 4 kruizen.
   
For organists who consider this end as to ruthless, I made an alternative end in which the music ends with the triad of E major, the triad of the resurrexion of our Lord Jesus Christ, the Son of God....

(zie bv. het slot van’La transfiguration de notre Seigneur Jesu Christe’  van Messiaen, het slot van de Lucaspassie van Penderecky, het slot van ‘Le mystère de Saint Sebastien’ van Debussy, van de 7e Bruckner, etc.)
 
(think f.e. of the ending of ’La transfiguration de notre Seigneur Jesu Christe’  of  Messiaen, the ending of the Lucaspassie of Penderecky, the ending of  ‘Le mystère de Saint Sebastien’ of Debussy, of the 7th  symphony of Bruckner, etc.)

Aangezien ik als componist van orgelmuziek nog maar aan het stamelende begin sta, kan ik nog maar weinig mededelen over registratie, ik kan alleen maar hopen dat de organisten het karakter van deze muziek zullen aanvoelen en de juiste klanken weten te vinden om de expressie van de muziek te verklanken.

Concerning the registration, I leave that at the organists, I hope they will feel my musical intentions....

Ik ben in dit orgelwerk uitgegaan van een orgel met een omvang tot de

F 3-gestreept, zoals bv. in het orgel van de Antonius Abt-kerk te Den Haag.

Het is mij niet bekend hoe het zit met andere grote kerkorgels.

Ik heb echter in de partituren van Messiaen gezien dat daar de omvang nog boven uit gaat, zodat ook een paar keer een hoge G 3 gestreept voorkomt, maar die staat tussen haakjes, alleen indien aanwezig.

Marc van Delft, the 26-27th of june, 2008.
Translation: The 29-30th of June, 2009.