Slavische Suite opus 30 (1992) 22.01  
1 Intrada 03.2 2
2 Elegie I 08.03
3 Elegie II 04.21
4 Finale, Dans 06.15


---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Koninklijk Fanfarekorps ‘Wilhelmina’ - Heerde;
Dirigent: Bart van den Brink;
nr. 1: 15-5-’93:Dorpshuis-Heerde (eigen opname);
nr. 2-4: 10-7-’93: Rodahal, Kerkrade, -op het WMC;


-Slavische suite
opus 30
1992, superieure afdeling;
J.S.Arrangements; 25 min.

Voor het bestellen van de bladmuziek, zie deze link:

https://ammusic.nl/nl/concert-concours/589-slavische-suite.html?search_query=marc+van+delft&results=46


Op het WMC van 1993 uitgevoerd door ‘Wilhelmina’ uit Heerde olv. Bart van den Brink;
-4 delen: 1/ Intrada; 2/Elegie I; 3/ Elegie II; 4/ Finale, dans;

Slavische melancholie en opzwepende Balkanritmen;
   
Een zeer persoonlijk en aangrijpend werk waarin de diepste afgronden van somberheid, inktzwarte duisternis, uitzichtloos pessimisme, en de totale ontreddering van de ziel na een hevige innerlijke worsteling uitmonden in een uitzinnige extase van opwinding en vervoering;
    


- deel 1 is zeer verheven en heroïsch, tegelijk verwachtingsvol, met het Hongaarse ‘Lombardische’ ritme; de motieven van dit deel vertegenwoordigen later in het stuk het optimistische element dat van de duisternis naar het licht zal voeren...;

- in deel 2 voert somberheid en zuurheid naar een verbitterde climax, gevolgd door uitzichtloze duisternis (een beetje Sjostakowitsj-achtig); 

- deel 3 is een weemoedig en misschien enigszins troostend lyrisch deel dat ahw. als reactie op het voorgaande volgt;

- deel 4, de finale (snel-langzaam-snel) is een opzwepende dans met onregelmatige maatsoorten (Balkanritmen...) die naar een uitzinnige en opwindende slot-apotheose voert;
Kortom, het temperament en de typische gevoelsextremen van de Slavische ziel;
In het middendeel vinden we weer een herinnering aan de zuurheid en verbitterdheid van het 2e deel, maar de motieven uit het 1e deel voeren de muziek weer omhoog naar het licht zodat de uitzinnig opwindende slotdans het werk naar een wervelend einde kan voeren;

De Slavische Suite is een diepgaande exploratie van de ‘slavische melancholie’ in beide elegieën, en eindigt met wilde, opzwepende Balkanritmen.
De Intrada bevat het optimistische element van het werk en keert later weer terug om de muziek van de duisternis naar het licht te voeren.
Het 2e deel en het eind bevat hetzelfde materiaal als opus 32, en komt in die uitvoering beter tot zijn recht…