Audiovoorbeeld /
Audio example
Pianoversie / Piano version
Solus
ad Victimam
voor 8st. kamerkoor opus 29 (1992)
Tijdsduur: 9 minuten
Een
aangrijpend Paas-motet op een Latijns gedicht over de dood en de opstanding van
Christus.
Gezang voor Goede Vrijdag en Pasen op een tekst van Petrus Abelardus.
Gecomponeerd: Oktober 1992, voltooid: 30 oktober 1992. A
moving Eastern motet, about the death and resurrection of Christ, on a poem by
Petrus Abelardus, composed in october 1992.
In Parasceve Domini : III. Nocturno
Solus ad victimam procedis, Domine,
morti te offerens quam venis tollere :
quid nos miserrim ipossumus dicere
qui quae commisimus scimus te lucre ?
Nostra sunt, Domine, nostra sunt crimina :
quid tua criminum facis supplicia?
quibus sic compati fac nostra pectora,
ut vel compassio digna sit venia.
Nox ista flebilis praesensque triduum
quod demorabitur fletus sit vesperum,
donec laetitiae mane gratissimum
surgente Domino sit maestis redditum.
Tu tibi compati sic fac nos, Domine,
tuae participes ut simus gloriae ;
sic praesens triduum in luctu ducere,
ut risum tribuas paschalis gratiae.
PETRUS ABELARDUS 1079-1142
GOEDE VRIJDAG
Alleen en eenzaam gaat gij op ten offer,
als offer aan de Dood, die gij toch komt verslaan.
Waar zijn de woorden om de smaad te delgen
die wij, ellendigen, U hebben aangedaan?
't Zijn onze daden Heer, 't zijn onze daden;
moet Gij zo lijden om het kwaad dat wij begaan?
Laat onze harten delen in Uw smarten
zo, dat ge ons waardig acht om in Uw gunst te staan.
Dit is die droeve nacht, dat drietal dagen,
waarin wij treurend toeven in de avondtijd,
totdat vroeg in de morgen, bij 't verrijzen
de volle vreugde weerkeert in ons hart dat lijdt.
Laat ons o Heer, zo delen in Uw lijden,
dat gij ons ook in uwe glorie delen doet;
laat ons dit drietal dagen rouw bedrijven,
opdat op 't heerlijk Pascha ons Uw blijdschap groet.
Ik heb later ontdekt dat de dichter een
beroemde figuur is wier lot en liefdesgeschiedenis een van de meest
aangrijpende geschiedenissen is die tot de romantische verbeelding spreekt....
Abélard is minstens even beroemd vanwege zijn
privé-leven, waarover een uitgebreide briefwisseling tussen hem en zijn
geliefde Héloïse is overgeleverd. Toen de dialecticus lesgaf in Parijs,
verwekte hij een kind bij Héloïse, die het nichtje was van de domkanunnik
bij wie hij in huis woonde. Daarom liet zijn gastheer hem castreren en
mochten de geliefden elkaar niet meer zien. Na een lange periode geen
contact te hebben gehad begon Héloïse een briefwisseling met Abélard die
later als een van de hoogtepunten van de Middeleeuwen te boek zou komen te
staan.
Abaelardus en Héloïse op een schilderij van
de Franse schilder Jean Vignaud (1819).
The Parting of Abelard and Eloisa
Anthony Molteno, London: 1803
Petrus Abaelardus
Pierre Abélard, gelatiniseerd Petrus Abaelardus (Le Pallet bij Nantes, 1079
— in het klooster St. Marcel bij Chalon-sur-Saône, 21 april 1142) was een
middeleeuwse Franse theoloog en filosoof, die gerekend wordt tot de
scholastici. Hij ligt begraven op het kerkhof Cimetière du Père-Lachaise in
Parijs.
Abaelardus was op jonge leeftijd reeds iemand met een grote reputatie te
Parijs. Eerst was hij leraar in de dialectica, vervolgens docent theologie
aan de kathedraalschool van de Notre-Dame.
Werken
Sic et non
Hij wilde de juiste vragen stellen bij het ordenen van de bestaande
informatie van Anselmus van Laon; hierbij kwamen heel wat tegenstrijdigheden
aan het licht. Zelfs het noemen van die tegenstrijdigheden vonden sommige
tijdgenoten reeds gevaarlijk. Zo vond Bernard van Clairvaux alleen het
geloof een vast uitgangspunt. Bernardus zou de hevigste tegenstander van
Abaelardus blijken en de twee zouden zich volgens de legende pas op het
sterfbed van Abaelardus verzoend hebben. In Abaelardus' werk Sic et non (Ja
en neen), wekt hij de indruk dat hij de tegenstellingen allebei waar vond en
dat niets voor hem vast stond.
Abaelardus wilde echter eerst begrijpen en pas daarna geloven (nihil
credendum nisi prius intellectum). Zijn leer gaat dus uit van de twijfel.
Dat zou dan in tegenspraak zijn met Anselmus' bedoeling. Ook zijn
tegenstanders vonden dat hij niet naar de bedoeling van een verkeerde daad
moest vragen, maar een verkeerde daad onmiddellijk in strijd met Gods
geboden moest verklaren. Abaelardus vond dat een zonde alleen een zonde is
als die uit vrije wil wordt gepleegd en dus tegen het eigen geweten ingaat.
Hij wijst hiermee als eerste op het belang van de intentie van een daad, een
aspect dat een grote rol is gaan spelen in de latere middeleeuwse theologie
over schuld en boete. De leer van Abaelardus was in strijd met de heersende
kerkelijke ideeën. Hij werd in de ban gedaan en zijn leer werd in 1140 door
de synode van Sens veroordeeld.
Universaliënstrijd
Abaelardus is verder vooral bekend door zijn benadering in de
universaliënstrijd, waarbij hij een positie innam die als een soort synthese
kan worden gezien tussen de posities van Roscellinus van Compiègne en Willem
van Champeaux, en ook door zijn reeds genoemde correspondentie met Héloïse
en zijn autobiografie, de Historia calamitatum. Er is de laatste jaren onder
historici fel gedebatteerd over de echtheid en het karakter van deze brieven,
die in literair opzicht hoe dan ook van hoog niveau zijn.
Dichtwerken
Abaelardus is eveneens bekend als een belangrijk dichter en componist.
Abaelardus componeerde enkele liefdesliederen voor Héloïse die verloren zijn
gegaan. Hij componeerde evenens een hymneboek voor de religieuze orde
waartoe Héloïse was toegetreden. Hij schreef ook eenstemmige hymnes en
sequensen op teksten uit de Codex Las Huelgas en zes bijbelse planctus (lamentaties).